Column: Huisarrest

Precies één dag was alles perfect. Vanuit de panoramasauna staarde ik over het meer. Ik zag meerkoeten zwemmen, de glinstering van de zon op het water. Job was naar school en ik gunde mezelf een vrije dag in dit megalomane wellness-oord. Voor het eerst omarmde ik corona: dankzij de strenge regels mocht slechts een beperkt aantal gasten naar binnen.

Column: Juf

Maandagavond negen uur, telefoon. Het is Jobs juf. Of we even kunnen overleggen over de eerste schooldag morgen. Ze vraagt hoe wij willen dat Job wordt verzorgd. Denk aan situaties waarin de juf hem op de mat legt (Job mag op school altijd even liggen) of naast hem achter de computer zit.

Column: Loods

Ik zoek een lege loods of een verlaten fabriekspand. Iets enorms met zeeën van ruimte. Toen we vijftien jaar geleden ons huis kochten, dachten we dat het groot was. Job had nog een compact poppenformaat, daardoor leek het een pakhuis.

Column: Naaister

Hoe vaak heb ik hier al met mijn moeder gelopen? We struinen langs wel duizend rollen stof. Soms wijst zij iets aan, soms ik. Die oranje met luiaards? Te kinderachtig. Blauw met vissen? Beter voor een 16-jarige.

Column: Bezoek

Mijn vader belt onverwacht. “Waar ben je?” “In de Telpost.” “Daar zijn wij ook.” Ik vlieg naar het raampje aan de achterkant. Op de dijk staat een wit busje met twee zwaaiende zeventigers. Mijn ouders!

Column: Sinterklaas

Bij de man die ik vandaag aanspreek met Sinterklaas, zou ik in het dagelijks leven nooit op schoot kruipen. Niet dat ik hem niet aardig vind, maar het zou erg ongepast zijn. In gedachten zie ik de foto’s al rondgaan op mijn werk. Ik hoor het gefluister bij de koffieautomaat en voel de ogen die me nastaren.

Column: Merci

De rolstoeltaxi rijdt voor. Terwijl het liftje met Job erop langzaam zakt, zegt de chauffeur dat hij iets moet opbiechten. Ik had hem toch een boek met columns over Job gegeven? Wel, hij had het in de koelkast gelegd. Ja kijk, hij dacht dat het een doosje Merci was.