Column: Twee meter

Mijn zoon heeft geen lengte. Hij zou 1 meter 53 kunnen zijn volgens de verpleegkundige. Of 2 meter 1. Ze staat er bedremmeld bij. Wat zet ze in de computer? Een mens moet een lengte hebben. Om uit te rekenen of zijn gewicht gezond is. Om te vermelden in het paspoort.

Column: Máxima

Op de familie-app verscheen een foto van Willem-Alexander en Máxima. Tien minuten later nog eentje. Ik keek eens goed en zag bekende huizen op de achtergrond. Toen pas begreep ik dat het koningskoppel in Deventer rondliep, in de nieuwe, hippe wijk van mijn ouders. De fotograaf was mijn vader, die er met zijn neus bovenop stond.

Column: Muggen

De koffers staan nog niet binnen of een eerste mug zoemt al om mijn hoofd. Ik weet meteen wat we vergeten zijn: muggenspul. Speciaal gekocht natuurlijk, omdat we naar een vakantiehuis in het bos gingen.
Stom stom stom, het flesje staat thuis op tafel. Ik heb de neiging om te blijven hangen in dit soort gedachtes.

Column: Brug

Ik kijk nog eens goed naar de tekening van de brug. Een stevig ding is het waar je ook gemakkelijk overheen kan rollen. Ik zie tenminste een kar met houten wielen, getrokken door paarden. Ja, ze konden wat, die Romeinen. Bijna twee millennia geleden legden ze een brug over de Waal die zo op het oog extreem toegankelijk was. Voor iedereen.

Column: Straatverkopers

In onze straat lopen meisjes van Oxfam Novib. Bij alle deuren bellen ze aan. Door het open raam hoor ik ze enthousiast hun verhaal doen over het fantastische werk van de organisatie. Sommige buren kappen de riedel af, anderen gaan erin mee. “Zeker weten dat ze ons huis overslaan”, voorspel ik Jobs begeleidster.

Column: Model

Haren wassen met een mondkapje op is erg onhandig. De stof wordt nat en voor je het weet, schiet het ding weg van één oor. Mijn vriendin is er maar druk mee. Ik lig met mijn hoofd achterover in een plastic wasbak, terwijl zij zich verontschuldigt voor het water dat mijn gehoorgangen binnenloopt.

Column: Statussymbool

De gesprekjes op straat verlopen merkwaardig tegenwoordig.
“Zijn jullie al gevaccineerd?”
“Job nog niet, Rob en ik wel.”
“Pfizer?”
“AstraZeneca.”
Steevast krijg ik een meewarige blik. Soms gevolgd door een opschepperig “ik kreeg lekker wel Pfizer”.

Column: Hond

Vanaf het moment dat ik mijn ogen open deed, keek ik continu op de klok. Tergend langzaam verstreken de uren. Het hoeveelste coronaweekend was dit? Allemaal verliepen ze hetzelfde. Lange dagen zonder inhoud. Afspraken leken een construct uit een ander tijdperk. Maar vandaag was er iets om naar uit te kijken. De mevrouw met de hond kwam!