Column: Zieke Sint

Sinterklaas is ziek. Waar ik me als kleuter toch wel zorgen zou hebben gemaakt bij zo’n tegenvaller, neemt Job het ter kennisgeving aan. Sinds we weken geleden vertelden dat de kindervriend dit jaar wegens corona in Spanje moest blijven, heeft onze zoon het niet meer over hem gehad.

Column: Crash test mummy

Ik tik deze column met twee verschillende laarzen aan. De linker is bruin en smal, rechts heeft paarse veters en een nepbontje aan de binnenkant.
Het is belangrijk dat ik zo min mogelijk beweeg. Soms wriemel ik even met mijn tenen, maar opstaan is uit den boze. Job loopt immers ook niet.

Column: Vriendloos

De beste vriend van mijn zoon is zijn pluchen konijn. Terwijl ik dit opschrijf, twijfel ik. Of is zijn vader zijn beste vriend? Job heeft geen vrienden buiten onze woonkamer. Geen leeftijdsgenoten met wie hij ongein uithaalt. Niemand waar hij zijn diepste geheimen mee deelt. Er komt nooit iemand voor hem aan de deur.

Column: Huisarrest

Precies één dag was alles perfect. Vanuit de panoramasauna staarde ik over het meer. Ik zag meerkoeten zwemmen, de glinstering van de zon op het water. Job was naar school en ik gunde mezelf een vrije dag in dit megalomane wellness-oord. Voor het eerst omarmde ik corona: dankzij de strenge regels mocht slechts een beperkt aantal gasten naar binnen.

Column: Mensen

Job drijft in een blauwe opblaasband in ons zwembad. “Mama, wanneer komen allemaal mensen?” Deze vraag stelt hij vaak. Hij vindt het gek dat we maar met z’n drieën in dit huis zijn, en in dit royale binnenzwembad dat erbij hoort.

Column: Vakantiehuis

Anderhalf uur, geeft de routeplanner aan. Dat is niks! Zouden we naar Spanje gaan, dan duurde alleen de rolstoeltaxirit van huis naar vliegveld al zo lang. Daar moesten we dan minstens twee uur wachten, aansluitend vier uur hangen in een vliegtuig, opnieuw wachten op een aangepaste taxi en dan nog een uur zweten op de achterbank met de koffers op schoot.

Column: Protestslaap

Job (16) ligt op het sofa-eiland, zijn hangplek in het hart van onze woonkamer. Een zelfgemaakte hocker (met speelgoed onderin) staat in de oksel van de hoekbank, waardoor een loungehoek van formaat ontstaat.
Goed, daar ligt die lange slungel dus. Zwijgend op zijn zij, met zijn rug demonstratief naar alle boekjes en knuffels gedraaid.

Column: Ziekenhuis

Drie maanden lang was Job nauwelijks gehandicapt. In onze quarantaine-bubbel lag hij gewoon als 16-jarige zoon op de bank, in een huis dat volledig is aangepast. Maar we zijn nog geen twintig minuten buiten de deur of de rolstoel vormt alweer ‘een probleem’.

Column: School

Met een dienblad vol traktaties stap ik om half negen de school binnen. Mijn zoon is jarig. In de gang schrik ik. Daar is hij, in zijn rolstoel, helemaal alleen. In slakkenvaart rijdt hij mijn kant op. Hij ziet me niet.

Column: Café

Roze ballonnen achter het raam van het buurtcafé. Ik trek Job achterwaarts over de drempel – tafeltje voor twee? Jonge vrouwen lachend in de serre. Ik vraag om een plek waar de grote rolstoel niet te veel in de weg staat.