Column: Bronzen Uil

De wekker geeft 02.43 uur aan. Zo zachtjes mogelijk sluip ik over de gang, langs Jobs kamer – het knakken van mijn enkels kan hem al wakker maken. Twee trappen af, op de tast de woonkamer in. Waar is die uil? Het bronzen beeldje staat waar ik het gisteravond heb achtergelaten: op het dressoir.

Column: Volwassen

Ik lig op mijn rug met mijn hoofd in Jobs schoot. We kijken elkaar aan. Zo hoort het niet. Al vijftien jaar ligt hij op de bank bij mij op schoot. Job moet lachen, speelt met mijn haar. Door zijn kromme rug is zijn gezicht vlakbij het mijne.

Column: Cadillac

Job heeft het voor elkaar: wit glitterpak aan, zwarte pruik op, gouden zonnebril over zijn oren en de linkerarm losjes rustend op het portier van een roze Cadillac uit 1959. Zijn tante regelde deze waanzinnige auto via de Cadillac-club. Waarom? Omdat Job in zijn Elvis-fase zit.

Column: Jezus

Job volhardt in zijn tweede ‘ik ben Elvis’-fase. Het glitterpak slingert nu standaard door de woonkamer, zodat we hem er bij hoge nood direct in kunnen hijsen. De zwarte rock-’n-rollpruik ligt als een slapende kat in de vensterbank. “Wees blij”, reageerde een moeder van een ander gehandicapt kind op mijn verhaal. “Wij zitten weer in de Jezus-fase.”

Column: The King

We hebben koninklijk gedrag meegebracht van onze vakantie in Spanje. In zijn loge bij het zwembad liet Job zich bedienen als een vorst. Eenmaal thuis, bleef hij in zijn rol. Job verzocht ons het oude carnavalskostuum van The King te voorschijn te halen.

Column: Bed

Oh, dat bed! Elke ochtend stappen we er vloekend uit. Kijken ernaar of het middeleeuws martelapparaat is. Kermend strekken we onze stijve lijven.
De andere bedden in het appartement hebben we ook geprobeerd: allemaal even beroerd. De uitstulpende springveren vormen en stekend patroon waar het lichaam zich tussen moet zien te wurmen.