Column: Mensen

Job drijft in een blauwe opblaasband in ons zwembad. “Mama, wanneer komen allemaal mensen?” Deze vraag stelt hij vaak. Hij vindt het gek dat we maar met z’n drieën in dit huis zijn, en in dit royale binnenzwembad dat erbij hoort.

Column: Vakantiehuis

Anderhalf uur, geeft de routeplanner aan. Dat is niks! Zouden we naar Spanje gaan, dan duurde alleen de rolstoeltaxirit van huis naar vliegveld al zo lang. Daar moesten we dan minstens twee uur wachten, aansluitend vier uur hangen in een vliegtuig, opnieuw wachten op een aangepaste taxi en dan nog een uur zweten op de achterbank met de koffers op schoot.

Column: Transavia

Als u dit leest, hadden we al bijna in het vliegtuig naar Valencia moeten zitten. Net als de afgelopen jaren wachtte daar een ruim huurappartement, ideaal voor een gezin met rolstoeljongen. Zwembad voor de deur, uitzicht op zee.

Column: Protestslaap

Job (16) ligt op het sofa-eiland, zijn hangplek in het hart van onze woonkamer. Een zelfgemaakte hocker (met speelgoed onderin) staat in de oksel van de hoekbank, waardoor een loungehoek van formaat ontstaat.
Goed, daar ligt die lange slungel dus. Zwijgend op zijn zij, met zijn rug demonstratief naar alle boekjes en knuffels gedraaid.

Column: Regendanser

Voor een kind dat niet kan lopen, hobbelt Job behoorlijk hard door de wijk. Ik moet mijn pas versnellen om bij te blijven. Hij weet waar hij heen wil en stopt middenin een plas. Na de plensbuien liggen er genoeg.

Column: Abu Dhabi (2)

‘Abu Dhabi.’ Zo noemde ik eens een column over Suus en haar zoontje Daan. Het was in 2008, nadat Suus me via de mail haar verhaal had verteld. Over hoe ze op het punt stond te emigreren. Dat de school voor de kinderen in de Verenigde Arabische Emiraten al was uitgezocht.

Column: Mondkapje

Er zit een vogel naast Job op de bank. Grote groene snavel, daarboven donkerbruine kraalogen. De vogel praat. “Ik heb al gezegd dat ze het mondkapje van mij niet hoeft te dragen”, zegt Rob vanuit de keuken. “Nu jij ook thuis bent: wat vind jij?”

Column: Ziekenhuis

Drie maanden lang was Job nauwelijks gehandicapt. In onze quarantaine-bubbel lag hij gewoon als 16-jarige zoon op de bank, in een huis dat volledig is aangepast. Maar we zijn nog geen twintig minuten buiten de deur of de rolstoel vormt alweer ‘een probleem’.