Column: Verdriet

Aan het plafond hingen dikke, heldere druppels. Langs het keukenkastje gleden ze traag naar beneden. Plok plok – op de laminaatvloer. Samen keken we naar de lekkage. Waarom nú? Wat hij aandeed, vroeg ik Rob. Zwijgend liep hij de trap op. Ik stopte zwarte hakken in mijn weekendtas.

Column: Ongeluk

Job is hard gevallen in de badkamer. Vanuit de stoel die we over de wc schuiven zodat hij kan plassen, is hij voorover op de tegels gesmakt. Twee voortanden zijn afgebroken en naar binnen geslagen, een hoektand is beschadigd. Ik kom thuis als het ongeluk net is gebeurd. Job huilt hartverscheurend, hij zit onder het bloed. Ik wieg hem en duw hondje Duke tegen zijn wang. Dat helpt, zijn trouwe knuffel kalmeert hem. Ik wil dat Duke niet alleen zijn bloed absorbeert, maar ook zijn pijn.

Column: SpongeBob

‘Au, mijn neus.’ Dat zei de allereerste SpongeBob die Job ooit kreeg als je de knuffel in zijn neus kneep. SpongeBob riep het zo hard, dat alle baby’s op de afdeling geschrokken onze kant op keken. Jobs liefde voor SpongeBob werd geboren in het ziekenhuis, vlak na zijn schedeloperatie. Juist omdat het gele zeedier zo luidruchtig was, viel onze zoon als een blok voor hem. De knuffel was een geschenk van Jobs favoriete oom, dat hielp ook.

Column: Discriminatie

Soms moet je de straat op om onrecht tegen te gaan in de samenleving. Dan sta je te demonstreren in de kou. Lopen mensen je voorbij alsof je lucht bent, of erger, ze kijken je vies aan. Maar je houdt vol, weet dat je voor een rechtvaardige zaak staat en dat anderen met en na jou baat zullen hebben bij jouw dwarsliggen.