Column: Naaister

Hoe vaak heb ik hier al met mijn moeder gelopen? We struinen langs wel duizend rollen stof. Soms wijst zij iets aan, soms ik. Die oranje met luiaards? Te kinderachtig. Blauw met vissen? Beter voor een 16-jarige.

Column: Bezoek

Mijn vader belt onverwacht. “Waar ben je?” “In de Telpost.” “Daar zijn wij ook.” Ik vlieg naar het raampje aan de achterkant. Op de dijk staat een wit busje met twee zwaaiende zeventigers. Mijn ouders!

Column: Sinterklaas

Bij de man die ik vandaag aanspreek met Sinterklaas, zou ik in het dagelijks leven nooit op schoot kruipen. Niet dat ik hem niet aardig vind, maar het zou erg ongepast zijn. In gedachten zie ik de foto’s al rondgaan op mijn werk. Ik hoor het gefluister bij de koffieautomaat en voel de ogen die me nastaren.

Column: Merci

De rolstoeltaxi rijdt voor. Terwijl het liftje met Job erop langzaam zakt, zegt de chauffeur dat hij iets moet opbiechten. Ik had hem toch een boek met columns over Job gegeven? Wel, hij had het in de koelkast gelegd. Ja kijk, hij dacht dat het een doosje Merci was.

Column: Troosten

Badkamerscène: Job ligt in zijn luier op de aankleedtafel. Ik buig me over hem heen om zijn hemd aan te trekken. Hij pakt mijn gezicht en geeft me een kus. Duwt me dan weg en bestudeert mijn ogen. “Mama, ben jij verdrietig?”

Column: Cadillac

Job heeft het voor elkaar: wit glitterpak aan, zwarte pruik op, gouden zonnebril over zijn oren en de linkerarm losjes rustend op het portier van een roze Cadillac uit 1959. Zijn tante regelde deze waanzinnige auto via de Cadillac-club. Waarom? Omdat Job in zijn Elvis-fase zit.

Column: Jezus

Job volhardt in zijn tweede ‘ik ben Elvis’-fase. Het glitterpak slingert nu standaard door de woonkamer, zodat we hem er bij hoge nood direct in kunnen hijsen. De zwarte rock-’n-rollpruik ligt als een slapende kat in de vensterbank. “Wees blij”, reageerde een moeder van een ander gehandicapt kind op mijn verhaal. “Wij zitten weer in de Jezus-fase.”