Debuutroman: De achtste dag

Half maart 2019 verschijnt de debuutroman van Annemarie Haverkamp: De achtste dag. In een verlaten grenslandschap aan een rivier woont timmerman Egbert met zijn gehandicapte zoon Adam, voor wie hij alleen de zorg draagt nadat zijn vrouw Emma is overleden. Wanneer Egbert hoort dat hij nog maar kort te leven heeft, moet hij noodgedwongen nadenken over de toekomst van zijn zoon.

Column: Egbert

In mijn hoofd zit een leegte. Het gat heeft het silhouet van een volwassen man. Egbert, de hoofdpersoon uit mijn aanstaande roman, bivakkeerde daar de afgelopen jaren. Ik gaf hem te eten en te drinken, liet hem werken en liefhebben. Ik bood onderdak aan zijn gepieker, waardoor het soms filerijden werd in mijn bovenkamer. Vooral ’s nachts kon het druk zijn, als ik ook niet meer wist hoe ik hem kon helpen.

Column: Liftleed

Kom aan mijn lift, en je komt aan mij. Dertien jaar geleden kochten we ons huis vanwege die lift. Job kon in zijn rolstoel tot aan de zolder reizen. De vorige eigenaar liet de schacht inbouwen na een dwarslaesie. De gemeente, verantwoordelijk voor huisaanpassingen in geval van handicaps, betaalde de meeste kosten.

Column: Priemgetal

“43 klinkt lelijk”, zei ik tegen een collega. Het was op mijn verjaardag. Ik hoorde mezelf zeggen dat ik blij was met 44. “43 is ook een priemgetal”, antwoordde hij droog. Dat zal het zijn, dacht ik later. Ik was een priemgetal: alleen maar deelbaar door één en mezelf. Eenzaamheid overviel me.

Column: Eerste Hulp

Ze hadden kluisjes waar je je mobiel in kon opladen, dat vond ik slim. Op de Eerste Hulp is het van belang dat je mensen kunt bellen.
In ons geval was het nog te vroeg om slapende huizen te wekken. Daarbij: wat konden we zeggen over ons zorgenkind? Redelijk tevreden lag hij aan een monitor op een smal bed.

Column: Wachten

Uit de wc klinkt gerochel. Iemand schraapt zijn hele binnenste en laat het met een fluim terechtkomen in de wasbak. Opgetrokken wenkbrauwen in de wachtruimte. “Laat ze die deur dichtdoen”, smiespelt een vrouw tegen haar man. Het is welkome afwisseling, dit onsmakelijke rochelen.

Column: Ongeluk (2)

Heeft Job pijn? De dokter vraagt het, de tandarts vraagt het. Het eerlijke antwoord is: we weten het niet. Job krijst niet meer hartverscheurend zoals vorige week toen hij net met zijn tanden op de badkamervloer was gevallen. Hij laat toe dat deskundigen in zijn mond kijken om de schade op te nemen en een restauratieplan te bedenken.