Column: Protestslaap

Job (16) ligt op het sofa-eiland, zijn hangplek in het hart van onze woonkamer. Een zelfgemaakte hocker (met speelgoed onderin) staat in de oksel van de hoekbank, waardoor een loungehoek van formaat ontstaat.
Goed, daar ligt die lange slungel dus. Zwijgend op zijn zij, met zijn rug demonstratief naar alle boekjes en knuffels gedraaid.

Column: Abu Dhabi (2)

‘Abu Dhabi.’ Zo noemde ik eens een column over Suus en haar zoontje Daan. Het was in 2008, nadat Suus me via de mail haar verhaal had verteld. Over hoe ze op het punt stond te emigreren. Dat de school voor de kinderen in de Verenigde Arabische Emiraten al was uitgezocht.

Column: Mondkapje

Er zit een vogel naast Job op de bank. Grote groene snavel, daarboven donkerbruine kraalogen. De vogel praat. “Ik heb al gezegd dat ze het mondkapje van mij niet hoeft te dragen”, zegt Rob vanuit de keuken. “Nu jij ook thuis bent: wat vind jij?”

Column: Ziekenhuis

Drie maanden lang was Job nauwelijks gehandicapt. In onze quarantaine-bubbel lag hij gewoon als 16-jarige zoon op de bank, in een huis dat volledig is aangepast. Maar we zijn nog geen twintig minuten buiten de deur of de rolstoel vormt alweer ‘een probleem’.

Column: Weg

Precies 70 dagen is Job nu thuis. Om dat jubileum te vieren, neem ik hem mee naar buiten. We gaan een hele dag naar mijn broer. Het zal even wennen zijn om weer samen in de auto te zitten, ik moet uitzoeken hoe we die rolstoel ook alweer achterin schoven.

Column: DJ-duo

Job (16) heeft nog nooit zo goed gegeten als tijdens onze noodgedwongen thuisisolatie. Elke avond gaat het bord leeg. En het bijzondere is dat hij de meeste happen zelf in zijn mond stopt.

Column: Naaister

Hoe vaak heb ik hier al met mijn moeder gelopen? We struinen langs wel duizend rollen stof. Soms wijst zij iets aan, soms ik. Die oranje met luiaards? Te kinderachtig. Blauw met vissen? Beter voor een 16-jarige.

Column: België

We zaten samen in de auto. Papa achter het stuur, ik ernaast. De wagen rook nieuw. Voor ons doemde een file op (ja, vroeger hadden we files) en mijn vader begon te stralen. Want kijk, deze geavanceerde Volkswagen remde gewoon zelf!

Column: Bezoek

Mijn vader belt onverwacht. “Waar ben je?” “In de Telpost.” “Daar zijn wij ook.” Ik vlieg naar het raampje aan de achterkant. Op de dijk staat een wit busje met twee zwaaiende zeventigers. Mijn ouders!