Column: Nachtpon

In een blauwe nachtpon sta ik op de dijk. Boten glijden door het zwarte water. ‘Heel stil blijven staan’, roept de fotograaf van beneden. ‘Ja maar ik bibber.’ Stilstaan lukt niet met die snijdende wind.

Column: Griep

“Help”, riep ik zwakjes vanuit de badkamer. Rob verscheen in joggingbroek in de deuropening. “Waar moet ik mee helpen dan?” “Met hém. Ik kan hem niet tillen. Overal spierpijn.” Rob nam mijn positie in bij de aankleedtafel. Tilde Job in zijn toiletstoel. “En nu?”

Column: Prik

Ik ben in shock. Het begon al bij de scooters voor de ingang. Jongens met gaten in hun spijkerbroek die elkaar op de schouder sloegen en helemaal zelf het NEC-stadion binnengingen. Knuffelende meisjes, sommigen langer dan ik. Plaatjesbeugels, bh-bandjes, blote enkels.

Column: Televisie

“Wat vond Job ervan om jou te zien?” Die vraag kreeg ik vorige week vaker. Ik was op tv geweest. Lastig daarop kort te antwoorden. Dat hij er niets van vindt, kan ik niet zeggen. Maar veel noemenswaardigs is het niet.

Column: Intertoys

Intertoys is failliet en dat vind ik heel erg. Niet dat ik er ooit een stap over de drempel heb gezet, maar Jobs kast staat vol met speelgoedboeken. Het zijn die catalogi die ruim voor Sinterklaas door je brievenbus vallen. Job bladert er het hele jaar in.

Fictiedebuut: De achtste dag

Half maart 2019 verschijnt de debuutroman van Annemarie Haverkamp: De achtste dag. In een verlaten grenslandschap aan een rivier woont timmerman Egbert met zijn gehandicapte zoon Adam, voor wie hij alleen de zorg draagt nadat zijn vrouw Emma is overleden. Wanneer Egbert hoort dat hij nog maar kort te leven heeft, moet hij noodgedwongen nadenken over de toekomst van zijn zoon.

Column: Egbert

In mijn hoofd zit een leegte. Het gat heeft het silhouet van een volwassen man. Egbert, de hoofdpersoon uit mijn aanstaande roman, bivakkeerde daar de afgelopen jaren. Ik gaf hem te eten en te drinken, liet hem werken en liefhebben. Ik bood onderdak aan zijn gepieker, waardoor het soms filerijden werd in mijn bovenkamer. Vooral ’s nachts kon het druk zijn, als ik ook niet meer wist hoe ik hem kon helpen.

Column: Liftleed

Kom aan mijn lift, en je komt aan mij. Dertien jaar geleden kochten we ons huis vanwege die lift. Job kon in zijn rolstoel tot aan de zolder reizen. De vorige eigenaar liet de schacht inbouwen na een dwarslaesie. De gemeente, verantwoordelijk voor huisaanpassingen in geval van handicaps, betaalde de meeste kosten.

Column: Priemgetal

“43 klinkt lelijk”, zei ik tegen een collega. Het was op mijn verjaardag. Ik hoorde mezelf zeggen dat ik blij was met 44. “43 is ook een priemgetal”, antwoordde hij droog. Dat zal het zijn, dacht ik later. Ik was een priemgetal: alleen maar deelbaar door één en mezelf. Eenzaamheid overviel me.

Column: Eerste Hulp

Ze hadden kluisjes waar je je mobiel in kon opladen, dat vond ik slim. Op de Eerste Hulp is het van belang dat je mensen kunt bellen.
In ons geval was het nog te vroeg om slapende huizen te wekken. Daarbij: wat konden we zeggen over ons zorgenkind? Redelijk tevreden lag hij aan een monitor op een smal bed.