Column: Uit huis (2)

‘Mijn dochter (15) brak bij een epileptische aanval haar arm, en dat werd pas na vier dagen opgemerkt. Onvoldoende toezicht door te weinig personeel.’ Ik lees het twitterbericht en huiver. Trek Job (16) op de bank wat dichter tegen me aan.

Column: Uit huis

Opeens was de vraag ons gezin binnengedrongen: wanneer gaat Job (16) het huis uit? De vraag lag daar maar, in het centrum van ons zijn. We waren niet bij machte er een antwoord op te formuleren. Drie weken later is de vraag een steen in de rivier geworden. Wij zijn het water dat eromheen stroomt.

Column: Westerdam

Ik dobber al weken mee op de Westerdam. Mijn ouders lieten me daar achter in de vorm van mijn roman De achtste dag. ‘Leuk voor de Nederlanders aan boord’, dachten mijn vader en moeder, die vorige maand nog ongehinderd naar huis vlogen na een vijftiendaagse droomcruise door Azië.

Column: School

Met een dienblad vol traktaties stap ik om half negen de school binnen. Mijn zoon is jarig. In de gang schrik ik. Daar is hij, in zijn rolstoel, helemaal alleen. In slakkenvaart rijdt hij mijn kant op. Hij ziet me niet.

Column: Café

Roze ballonnen achter het raam van het buurtcafé. Ik trek Job achterwaarts over de drempel – tafeltje voor twee? Jonge vrouwen lachend in de serre. Ik vraag om een plek waar de grote rolstoel niet te veel in de weg staat.

Column: Hors Normes

Valentin, een zwaar autistische tiener, slaat keihard met zijn hoofd tegen een muur. Hij draagt een helm om letsel te voorkomen. Als hij zo’n bui heeft, wil je het liefst wegkijken. Maar iedereen in de bioscoopzaal volgt de scène.

Column: Lichtjes

Gezellig, dachten we, een avondje naar het Chinese lichtjesfestival in Ouwehands Dierenpark. We waren de straat nog niet uit of Job begon te piepen. Het korset moest uit. ‘Kan niet’ , zei ik. ‘Mama moet rijden.’

Column: Sinterklaas

Bij de man die ik vandaag aanspreek met Sinterklaas, zou ik in het dagelijks leven nooit op schoot kruipen. Niet dat ik hem niet aardig vind, maar het zou erg ongepast zijn. In gedachten zie ik de foto’s al rondgaan op mijn werk. Ik hoor het gefluister bij de koffieautomaat en voel de ogen die me nastaren.