Column: Broertjes

Mocht u denken dat deze column bij ons thuis op de deurmat valt als een stukje voltooid verleden tijd in het leven van Rob, Job en Annemarie: zo is het niet. Wat ik hier schrijf over ons gezin leidt niet zelden tot discussie achteraf aan de ontbijttafel en soms zelfs nieuwe inzichten.

Column: Gehersenspoeld

Op vragen gingen we niet in. Vroeg Job ‘mama, waar is grote Duke eigenlijk’, dan kantelden we het gesprek richting kleine Duke. Kleine Duke is zó lief, zeiden we. En luister eens hoe goed hij kan blaffen. Woef! Hé kijk, nu geeft hij je een likje, Job. Binnen no time was ons kind gehersenspoeld.

Column: Ingeruild

Het leven is hard: Job heeft zijn ouwe trouwe knuffel ingeruild voor een jong en fris exemplaar. Met lede ogen zie ik het aan. Het is ‘grote Duke’ voor en ‘grote Duke’ na. Grote Duke kreeg hij op zijn verjaardag. Het is een stomme hond met een rits in zijn buik en twee hengsels aan zijn lijf. Een rugzak, zogenaamd. Maar er past niks in.

Column: Rob.com

Job kan onverbiddelijk eerlijk zijn. Geef je hem een cadeautje, zegt hij na uitpakken resoluut ‘nee’. Of ‘ander cadeau’. Niet leuk voor de gever. En zeer ongemakkelijk voor ons, de ouders, die zich realiseren hoe onbeleefd en slecht opgevoed het kind overkomt. Alleen Job zelf heeft nergens last van.

Column: Snorretjes

Kleine snorretjes en grote elektrische rolstoelen. Die zie ik voor me als ik terugdenk aan de rondleiding door Jobs nieuwe school. Voor die rolstoelen moesten we soms opzij springen, ze gingen nogal hard door de gangen. Waar pubers buiten crossen op brommertjes, zo testten ze hier binnen de maximumsnelheid in hun minstens zo heftige wheelchair monster trucks.

Column: Vrienden

Mijn beste vriendin zit tegenover me in het restaurant. Ze strekt haar armen terwijl ze de menukaart probeert te lezen. ‘Misschien moet ik een bril’, zegt ze en ik schiet in de lach. Tegelijkertijd ben ik ontroerd. Ik zat naast haar in de klas toen ze leerde lezen, 35 jaar later kijk ik toe mijn vriendin moeite krijgt met die ellendige letters.

Column: Ziek

De ovenklok meldde dat het 00.43 uur was toen ik op handen en voeten door de keuken kroop op zoek naar een roestvrijstalen pan. Opstaan durfde ik niet. Bij een eerdere buikgriep was ik eens flauwgevallen. Zittend met mijn rug tegen een aanrechtkastje, de steelpan tussen mijn knieën, berekende ik dat ik over negentien uur geacht werd gepassioneerd en levendig te vertellen over Job en mijn nieuwe boek.

Column: 2016

Boven de weilanden hangt ochtendnevel. De paarden met dekens om hun warme lijven lijken te zweven boven het gesluierde boerenland. Ik kijk opzij. Job (12) zit naast me, voor het eerst voorin de auto. Hij zingt hard mee met alle nummers op de radio, ook met de liedjes die hij niet kent. In zijn hand houdt hij hondje Duke, zijn onafscheidelijke knuffel, die hij afwisselend laat dansen op het dashboard en laat drinken uit het vakje in de deur.

Column: Zeepdispenser

We hebben een pratende zeepdispenser. ‘Yeah, that’s it’, zegt dat ding als ik met mijn handpalm het pompje indruk. Het apparaat heeft de stem van een hond en dreunt zinnetjes op uit de film Huisdiergeheimen. De intelligente zeeppomp is aangeschaft door mijn man omdat er een plaatje op staat van Duke. Hondje Duke is Jobs favoriete karakter uit de film en inmiddels zijn beste vriend.