Column: Huisarrest

Precies één dag was alles perfect. Vanuit de panoramasauna staarde ik over het meer. Ik zag meerkoeten zwemmen, de glinstering van de zon op het water. Job was naar school en ik gunde mezelf een vrije dag in dit megalomane wellness-oord. Voor het eerst omarmde ik corona: dankzij de strenge regels mocht slechts een beperkt aantal gasten naar binnen.

Column: Vakantiehuis

Anderhalf uur, geeft de routeplanner aan. Dat is niks! Zouden we naar Spanje gaan, dan duurde alleen de rolstoeltaxirit van huis naar vliegveld al zo lang. Daar moesten we dan minstens twee uur wachten, aansluitend vier uur hangen in een vliegtuig, opnieuw wachten op een aangepaste taxi en dan nog een uur zweten op de achterbank met de koffers op schoot.

Column: Protestslaap

Job (16) ligt op het sofa-eiland, zijn hangplek in het hart van onze woonkamer. Een zelfgemaakte hocker (met speelgoed onderin) staat in de oksel van de hoekbank, waardoor een loungehoek van formaat ontstaat.
Goed, daar ligt die lange slungel dus. Zwijgend op zijn zij, met zijn rug demonstratief naar alle boekjes en knuffels gedraaid.

Column: Ziekenhuis

Drie maanden lang was Job nauwelijks gehandicapt. In onze quarantaine-bubbel lag hij gewoon als 16-jarige zoon op de bank, in een huis dat volledig is aangepast. Maar we zijn nog geen twintig minuten buiten de deur of de rolstoel vormt alweer ‘een probleem’.

Column: School

Met een dienblad vol traktaties stap ik om half negen de school binnen. Mijn zoon is jarig. In de gang schrik ik. Daar is hij, in zijn rolstoel, helemaal alleen. In slakkenvaart rijdt hij mijn kant op. Hij ziet me niet.

Column: Café

Roze ballonnen achter het raam van het buurtcafé. Ik trek Job achterwaarts over de drempel – tafeltje voor twee? Jonge vrouwen lachend in de serre. Ik vraag om een plek waar de grote rolstoel niet te veel in de weg staat.

Column: Lichtjes

Gezellig, dachten we, een avondje naar het Chinese lichtjesfestival in Ouwehands Dierenpark. We waren de straat nog niet uit of Job begon te piepen. Het korset moest uit. ‘Kan niet’ , zei ik. ‘Mama moet rijden.’

Column: Griep

“Help”, riep ik zwakjes vanuit de badkamer. Rob verscheen in joggingbroek in de deuropening. “Waar moet ik mee helpen dan?” “Met hém. Ik kan hem niet tillen. Overal spierpijn.” Rob nam mijn positie in bij de aankleedtafel. Tilde Job in zijn toiletstoel. “En nu?”