Column: #TheyToo

61 procent. Dat getal schuurt al de hele week in mijn hoofd. 61 procent van de Nederlandse meisjes en vrouwen met een verstandelijke beperking wordt seksueel misbruikt. Toen ik het percentage op Twitter voorbij zag komen omdat het was aangehaald in een Belgische reportage over deze smeerlapperij, dacht ik dat het een foutje moest zijn. Waren de 6 en de 1 omgedraaid?

Column: Foto

‘Snel, de foto voor school!’ Rob trekt Job recht op zijn schoot, duwt hem mijn ijsje in de hand en zegt dat hij moet lachen. Op het terras maak ik de foto. ‘Hebben we dat ook weer gehad’, zegt Rob. Ik: ‘Maar het is toch vakantie? Job hoeft maandag helemaal geen foto te laten zien.’ O nee. Rob laat zijn zoon onderuit zakken en geeft mij mijn ijsje terug. Da’s een opluchting.

Column: Feesthoedje

‘Ach, is dat nu woensdag!’, appte mijn beste vriendin toen ik haar uitnodigde om de eerste verjaardag van knuffelhond Duke te komen vieren. Natuurlijk kwam ze. Zij zou taart meenemen. De avond voor de grote dag zat ik aan de eettafel een feestmuts te knutselen.

Column: Staking

Meer tijd en geld voor het onderwijs. Die oproep kan ik alleen maar van harte onderschrijven. Job is ook enthousiast over de lerarenstaking, zij het om een andere reden: hij heeft graag een extra vrije dag. Vandaag is een goed moment voor een beetje reflectie. Hoe gaat het op zijn nieuwe (speciale) school?

Column: Duke

Duke kwam vorig jaar in ons leven als ordinaire knuffelhond, maar inmiddels vervult hij de belangrijke rol van vertaler binnen het gezin. Hij vertelt wat ons kind wil, wanneer en waarom het verdrietig is. Zelf heeft Job daar moeite mee. Voorbeeldje: ik zet mijn gehandicapte zoon voorin de auto. Plotseling vertrekt zijn gezicht van de pijn, maar ik heb niet gezien wat er is gebeurd. Job begint te jammeren en trekt wit weg. Wat heb ik gedaan?

Column: Verdrinking

Bij elk bericht over kinderen die de afgelopen maanden verdronken in een rivier of zwembad, denk ik aan onze vakantie. Mijn zoon kan niet zwemmen, maar in het water is hij onverschrokken. Hij is zo overtuigd van zichzelf dat hij mij, terwijl ik zijn zwemband én reddingsboei ben, telkens van zich af duwt.

Column: Cameratoezicht

Voorjaar 2004. Job is een ernstig gehandicapte baby van drie maanden oud. Het woord ‘instelling’ valt. Zijn toestand is stabiel, dus hij mag het ziekenhuis verlaten. Maar wij, zijn ouders, zijn niet stabiel – met name ik ben nog ontregeld. Rob en ik gaan kijken bij het tehuis waar Job tijdelijk zou kunnen wonen. Daar wacht een nieuwe schok: geen toezicht ’s nachts.

Column: Eerste schooldag

Jobs eerste schooldag. Eerder dan afgesproken loop ik het klaslokaal binnen. Vier uitgezakte juffen hebben zich verschanst in een glazen ruimte. Zo kunnen ze de kinderen goed in de gaten houden, zeggen ze, maar niemand let op. Over de vloer kruipen leerlingen, sommige hangen op kapotte houten stoelen. Job ligt in een hoek op de grond, helemaal alleen.