Column: Griep

“Help”, riep ik zwakjes vanuit de badkamer. Rob verscheen in joggingbroek in de deuropening. “Waar moet ik mee helpen dan?” “Met hém. Ik kan hem niet tillen. Overal spierpijn.” Rob nam mijn positie in bij de aankleedtafel. Tilde Job in zijn toiletstoel. “En nu?”

Column: Prik

Ik ben in shock. Het begon al bij de scooters voor de ingang. Jongens met gaten in hun spijkerbroek die elkaar op de schouder sloegen en helemaal zelf het NEC-stadion binnengingen. Knuffelende meisjes, sommigen langer dan ik. Plaatjesbeugels, bh-bandjes, blote enkels.

Column: Televisie

“Wat vond Job ervan om jou te zien?” Die vraag kreeg ik vorige week vaker. Ik was op tv geweest. Lastig daarop kort te antwoorden. Dat hij er niets van vindt, kan ik niet zeggen. Maar veel noemenswaardigs is het niet.

Column: Intertoys

Intertoys is failliet en dat vind ik heel erg. Niet dat ik er ooit een stap over de drempel heb gezet, maar Jobs kast staat vol met speelgoedboeken. Het zijn die catalogi die ruim voor Sinterklaas door je brievenbus vallen. Job bladert er het hele jaar in.

Column: Vader

De zoon dobbert in zee met een duikbril op. Van de vader zie ik alleen de flippers, hij is zojuist richting koraal gedoken. Vanaf het strand kijk ik toe. Minder opzichtig dan toen gisteren een school dolfijnen voorbij zwom, maar even nieuwsgierig.

Column: Bonaire

a precies dertien jaar klim ik weer in de dode boom op Bonaire. Terwijl het in Nederland vriest, doen we een remake op deze tropische locatie. Details zijn belangrijk. “Hier?” Ik kijk naar Jobs begeleidster die vandaag fungeert als fotografe. “Een stapje verder.”

Column: Scheren

Het leek me een mijlpaal. Een memorabel moment. Een overgangsrite. Ik zag ons voor me met ons drieën in de badkamer. Rob droeg een leren schort, hield scheermes en zeep in de aanslag als een ouderwetse barbier. Ons kind in het midden.

Column: Ongeluk

Job is hard gevallen in de badkamer. Vanuit de stoel die we over de wc schuiven zodat hij kan plassen, is hij voorover op de tegels gesmakt. Twee voortanden zijn afgebroken en naar binnen geslagen, een hoektand is beschadigd. Ik kom thuis als het ongeluk net is gebeurd. Job huilt hartverscheurend, hij zit onder het bloed. Ik wieg hem en duw hondje Duke tegen zijn wang. Dat helpt, zijn trouwe knuffel kalmeert hem. Ik wil dat Duke niet alleen zijn bloed absorbeert, maar ook zijn pijn.

Column: Sinterklaas

‘Misschien wil Sinterklaas de eerste bladzijde van je nieuwe boek wel voorlezen’, zeg ik tegen Job. Mijn zoon, dicht tegen de heilige aan gekropen op de bank, knikt bijna onzichtbaar. Sinterklaas zet zijn leesbril op en schraapt zijn keel. ‘In het dorp boven de wolken…’