Column: Triage

Job zit met zijn jas aan op ons balkon. Boekje tussen de handen, zon op zijn gezicht. Zo luchten we hem elke dag even. Job zit in volledige quarantaine, en wij ook.

We begonnen exact een week geleden en hoe langer de coronacrisis voortduurt, hoe overtuigder we raken van deze radicale maatregel. Job behoort tot de risicogroep. Vanwege zijn ernstige scoliose zitten zijn longen in de verdrukking en een longontsteking kan hem fataal worden.

Maar wat me nog veel meer angst aanjaagt dan het virus op zich, is de gedachte dat hij straks ziek wordt (misschien zijn we al besmet) en alle IC-bedden bezet zijn. Ik lees veel over het spookscenario in Noord-Italië waar artsen moeten kiezen wie wel en niet wordt behandeld. Triage heet dat. De hamvraag is dan: wie heeft de grootste kans op overleving? De arts wikt en beslist.

Ik zie ons al aankomen met Job. Kind in rolstoel met een broze gezondheid. Conditie: nul. Alles in zijn lijf zit schots en scheef, een normale intubatieslang inbrengen is al gecompliceerd. Ik zie plaatjes van patiënten die op hun buik beademd worden. Door zijn kromme rug kan Job helemaal niet op zijn buik liggen!

Het scenario maakt me doodsbenauwd. Ik roep vaak dat ik hoop dat Job ons niet overleeft – zodat wij er altijd zullen zijn om voor hem te zorgen – maar het zou toch afgrijselijk bitter zijn als hij hier het slachtoffer van wordt. Omdat hij bij voorbaat kansloos lijkt bij een afweging tussen twee zieken. Zal je zien dat de patiënt met de grootste overlevingskans afgelopen weekend nog gezellig in een café zat te lallen dat er niks aan de hand was. Terwijl wij ons kind al dagen afschermen van elk mogelijk risico en zelfs onze boodschappen voor de deur laten afzetten. Dat idee, daar lig ik ’s nachts wakker van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *