Column: Ongeluk

Job is hard gevallen in de badkamer. Vanuit de stoel die we over de wc schuiven zodat hij kan plassen, is hij voorover op de tegels gesmakt. Twee voortanden zijn afgebroken en naar binnen geslagen, een hoektand is beschadigd. Ik kom thuis als het ongeluk net is gebeurd.

Job huilt hartverscheurend, hij zit onder het bloed. Ik wieg hem en duw hondje Duke tegen zijn wang. Dat helpt, zijn trouwe knuffel kalmeert hem. Ik wil dat Duke niet alleen zijn bloed absorbeert, maar ook zijn pijn.

Jobs begeleidster, die bij hem was toen het gebeurde, belt een noodtandarts. Ze troost mijn zoon als ik in de badkamer stukjes tanden verzamel. Op mijn knieën naast de toiletpot. Deze val is zó oneerlijk. Job heeft al zoveel deuken.

Ik bel Rob. Even later zitten we samen in de auto, onze grote jongen bij papa op schoot. De tandarts is kundig en lief maar bevestigt dat het er slecht uitziet. Morgen door naar onze eigen tandarts.
In het ziekenhuis lacht Job een fietsenrek. Van de schrik bekomen kijkt hij filmpjes op mijn telefoon. Thuis wassen we zijn gezicht, stoppen hem in bed en beloven morgen veel iPad-tijd.

Nu is het nacht en zit ik achter mijn computer. Een paar keer heb ik aan Jobs deur staan luisteren. Hij snurkte, dat leek me goed. Soms jammerde hij, dan legde ik even een hand op zijn hoofd. Over zijn wang een streep bloed.

Ik vind het zo gemeen voor hem. Mijn kussen heb ik nat gehuild, maar het brengt zijn tanden niet terug. Ik zou in mijn nachthemd een kerktoren willen beklimmen, aan de klok gaan hangen en de wijzer verplaatsen. Ik moet de tijd terugdraaien. Dan ren ik naar huis, ga op de badkamervloer liggen en vang mijn vallende kind op met mijn lichaam.

2 thoughts on “Column: Ongeluk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *