Column: Ma Flodder

Zet ’m maar in de zon.’ Vaak hoor ik Ma Flodder in mijn hoofd als ik Job ergens parkeer. Ze zei het over opa Flodder, die met rolstoel en al in het water was gekukeld. In de zon kon hij drogen. Nu hoor ik Ma terwijl ik Job in zijn aangepaste stoel voor de glazen pui in de huiskamer schuif. Want hij wil kijken. Opa en oma komen zo, heb ik hem verteld. ‘Zal ik de deur open zetten?’ vraag ik mijn zoon. Dat wil hij wel.

Column: Paralympics

Van de hele discussie begrijp ik niets. De Paralympics zijn simpelweg heerlijke televisie. Om te beginnen: alles is echt. De mensen, de tegenslagen, het ongeluk, het drama. En soms: de overwinning met bijbehorende euforie. Als ik inschakel, voel ik altijd eerst wat gêne. Omdat ik eigenlijk een voyeur ben. Ik kijk met een blik van ‘wat heeft die’? Zie een handbiker voorbij komen. Hoe zit het met dat been? Ik houd mijn hoofd schuin, kruip in de tv. O wacht, er is helemaal geen been.

Column: Brugklas

Dat dit soort momenten me overvalt, kan ik niet zeggen. In mijn hoofd zit een imaginaire levensagenda waarin de ‘mijlpalen’ al zijn gemarkeerd. Dit is er zo eentje: Job is twaalf, de zomervakantie zit erop en de middelbare school begint. Op weg naar mijn werk zie ik jongetjes van zijn leeftijd voorbij trappen: beginnende baard in de keel, zware rugzak, hoge fiets. Job zit er niet bij.

Column: Echte man

dodgevriendEen man zonder rijbewijs is geen echte man, lees ik in de krant van dinsdag. Geschrokken begin ik aan het artikel, want ik leef samen met een rijbewijsloze man. Waarom de man die geen staatsdiploma heeft om een blik van A naar B te verplaatsen net zo macho is als een gecastreerde kater, vermeldt het stuk echter niet. Behalve dat zoiets op internetfora zou worden gezegd.

Annemarie in EenVandaag

Het actualiteitenprogramma EenVandaag besteedt vanavond aandacht aan de column Wij-wij, die viral ging. In De Gelderlander schreef Annemarie Haverkamp begin juni over haar gehandicapte zoon Job (12), die de woorden kut-Marokkaan, kankerlul en aandachtshoer niet kent. Hij vindt iedereen lief, tot het tegendeel bewezen is. ‘En dan noemen we hem verstandelijk beperkt’, luidde de laatste zin van haar column.

Column: Fuerteventura (3)

Vakantie is een ingewikkeld ding. Toen we aankwamen op dit eiland, vonden we het kaal. Ons uitzicht was een dode rots aan een stille zee. Geen mensen, geen huizen. Mijn verrekijker lag verveeld op de balkontafel. Lopen naar het dorp Gran Tarajal was ver. Vijftien hele minuten. In de hitte van 34 hele graden. Ik verweet Rob dat hij het appartement te gehaast had geboekt.

Column: Fuerteventura (2)

Je zal maar miljardair zijn. Valt niet mee, leer ik van een vermakelijke serie op RTL Z. Wat moet je als je concurrent toch weer een groter jacht heeft gekocht dan jij? Vind maar eens zo’n slagschip. Of neem de angst voor kidnapping. Een beetje miljardair schakelt een extern beveiligingsbedrijf in om zijn eigen bodyguards te controleren. De stress van het geld hebben is zo groot dat de rijkaard compensatie zoekt in beleving.

Column: Fuerteventura

Als een drinkende giraffe sta ik boven de wc. De handen steunend op de bril, de achterpoten uit elkaar. ‘Het lukt niet’, piept Job en ik laat mijn voorhoofd rusten tegen de koele achterwand. Dat derde wijntje op het terras had ik niet moeten doen. Job omklemt mijn benen in een poging zijn kromme lijf in balans te houden op de toiletpot.

Column: Koffer

Een jaar lang verstopten we de groene koffer. Kwam ik terug van een werkreis, dan schoof ik ’m snel achter de deur. Had Rob er een snorkeltrip opzitten, dan haalde ik eerst de bagage binnen en dan pas de man. Job mocht de koffer niet zien. Gebeurde dat per ongeluk wel, dan hadden we een probleem.

Column: Vierdaagsedief

Gek, de achterdeur staat open. Waar is Rob? In mijn ochtendjas loop ik door het huis. Het is klam. Vierdaagse 2001. We wonen net een paar weken samen en zijn het rijtjeshuis nog aan het verbouwen. Als ik de deur van de wc open trek, snap ik het. Het smalle raampje is geforceerd, er is een inbreker geweest. Ik krijg kippenvel.