Fictiedebuut: De achtste dag

Half maart 2019 verschijnt de debuutroman van Annemarie Haverkamp: De achtste dag. In een verlaten grenslandschap aan een rivier woont timmerman Egbert met zijn gehandicapte zoon Adam, voor wie hij alleen de zorg draagt nadat zijn vrouw Emma is overleden. Wanneer Egbert hoort dat hij nog maar kort te leven heeft, moet hij noodgedwongen nadenken over de toekomst van zijn zoon.

Column: Deuk

“Nu rijd jij maar een stukje,” zegt mijn vader. We stoppen langs de weg en wisselen van kant. Ik krijg instructies over rem, versnelling en gas. Behoedzaam stuur ik de Mercedes door het bos. Papa knikt goedkeurend. We maken een bochtje naar rechts. Veel snelheid hebben we niet. En dan: boem.

Column: Verdriet

Aan het plafond hingen dikke, heldere druppels. Langs het keukenkastje gleden ze traag naar beneden. Plok plok – op de laminaatvloer. Samen keken we naar de lekkage. Waarom nú? Wat hij aandeed, vroeg ik Rob. Zwijgend liep hij de trap op. Ik stopte zwarte hakken in mijn weekendtas.

Column: Dood

Job zit tegenover me aan tafel. Hij kijkt me plechtig aan, want ik heb gezegd dat ik hem iets moet vertellen. Ik laat een foto zien. “Wie is dit, Job?” “Oma.” “Oma is gister doodgegaan.” Geen reactie. “Oma is weg, Job.”

Column: Pruik

Job (15) wil morgen een zwarte pruik op naar school. Het duurde even voor ik snapte wat hij bedoelde. In bed friemelde hij aan zijn haar. “Krullen mee naar school.” Hij herhaalde het drie keer, toen begreep ik het.

Column: Nachtpon

In een blauwe nachtpon sta ik op de dijk. Boten glijden door het zwarte water. ‘Heel stil blijven staan’, roept de fotograaf van beneden. ‘Ja maar ik bibber.’ Stilstaan lukt niet met die snijdende wind.

Column: Griep

“Help”, riep ik zwakjes vanuit de badkamer. Rob verscheen in joggingbroek in de deuropening. “Waar moet ik mee helpen dan?” “Met hém. Ik kan hem niet tillen. Overal spierpijn.” Rob nam mijn positie in bij de aankleedtafel. Tilde Job in zijn toiletstoel. “En nu?”

Column: Prik

Ik ben in shock. Het begon al bij de scooters voor de ingang. Jongens met gaten in hun spijkerbroek die elkaar op de schouder sloegen en helemaal zelf het NEC-stadion binnengingen. Knuffelende meisjes, sommigen langer dan ik. Plaatjesbeugels, bh-bandjes, blote enkels.