Column: SpongeBob

‘Au, mijn neus.’ Dat zei de allereerste SpongeBob die Job ooit kreeg als je de knuffel in zijn neus kneep. SpongeBob riep het zo hard, dat alle baby’s op de afdeling geschrokken onze kant op keken. Jobs liefde voor SpongeBob werd geboren in het ziekenhuis, vlak na zijn schedeloperatie. Juist omdat het gele zeedier zo luidruchtig was, viel onze zoon als een blok voor hem. De knuffel was een geschenk van Jobs favoriete oom, dat hielp ook.

Column: Discriminatie

Soms moet je de straat op om onrecht tegen te gaan in de samenleving. Dan sta je te demonstreren in de kou. Lopen mensen je voorbij alsof je lucht bent, of erger, ze kijken je vies aan. Maar je houdt vol, weet dat je voor een rechtvaardige zaak staat en dat anderen met en na jou baat zullen hebben bij jouw dwarsliggen.

Column: Tomaten

Het jongetje laat zijn waterpistolen rusten langs zijn tengere lichaam als hij me vraagt of ik de tomatenplanten heb gezien. “Ja”, zeg ik. Samen staan we op het rivierstrandje bij de krib. Sinds het laagwater groeien hier nieuwe bloemen en planten, waaronder tomaten. Haastige flora in een tijdelijke tuin. Ik probeer te schatten hoe oud dit ventje in korte broek en regenlaarzen is. Zeven? Acht?

Column: Hawking

Als ik dan toch zo’n 18.000 euro neertel voor een rolstoel, wil ik ook twee voetensteunen in plaats van één. En ik zou er niet mee akkoord gaan dat op de zwenkwieltjes de banden ontbreken. Op de site van veilinghuis Christie’s bestudeer ik Stephen Hawking’s rolstoel, die meer lijkt op een elektrische stoel uit een vergeten horrorfilm dan op een hightech hulpmiddel.

Column: Nepeten

Tegenover elkaar zitten we aan tafel. Geen haast, stilte in de kamer. Job is uit logeren. Ik doe mijn best om niet per ongeluk op Robs bord te kijken. Hij zou me iets aandoen. Staren naar je eten is een onhebbelijkheid van onze zoon. Elke hap volgt hij, vanaf het moment dat je een stuk aardappel aan je vork prikt tot het verdwijnt in je mond.

Column: Eindigheid

In de auto naar huis denk ik terug aan het gesprek van zojuist. De vrouw die niet lang meer te leven heeft, vertelde me hoe ze andere dingen belangrijk was gaan vinden. Niet meer het Journaal, wel de kinderen. Alleen nog de essentie, schrap het vluchtige. Met de dood in het vizier kijk je anders naar het leven. Voor het Algemeen Dagblad maak ik een nieuwe serie over mensen die ongeneeslijk ziek zijn en nog iets van hun levenservaring willen delen met ons, de achterblijvers.

Column: Veters

Zelfs op de ouderavond kwam het ter sprake: wat doen we met Jobs schoenen? De begeleidsters thuis hadden ons er al meerdere keren op aangesproken en ook de taxichauffeur roerde zich. Die schoenen!
“We werken eraan”, loog ik. Ik wilde er helemaal niet aan werken. Jobs schoenen waren nieuw. Ik had ze hoogstpersoonlijk gevonden op internet, na een helse zoektocht.

Column: Marktplaats

De bel gaat. Voor de deur staat een man met een doos in zijn handen. ‘Mijn vrouw heeft me gevraagd of ik dit even wilde brengen.’ Vragend kijk ik hem aan. ‘Of zit ik hier niet goed?’ Na inspectie van de doos zeg ik dat ik van niets weet, maar dat het vast klopt. ‘Een SpongeBob-spel, zie ik. Mijn man zal het hebben besteld voor onze gehandicapte zoon, hij is gek op SpongeBob.’ ‘Marktplaats’, zegt de vreemdeling. ‘Als ik vragen mag, wat heeft uw zoon?’